Voor deze website is het gebruik van cookies vereist, klik hier voor meer informatie. later opnieuw tonen ik ga akkoord met cookies
 
  • Juf Josanne
    Bezoekers:
  • Woorden blok 1

    K21 woorden met kleefletters

    twaalf

    de slurf

    de schelpen

    de golven

    de bergen

    durven

     

    W1a    woorden met ei

    ik brei

    de aardbei

    de eieren

    de arbeider

    het seizoen

    veilig

     

    R12 klankgroepen met een stomme e

    genoeg

    betalen

    de kinderen

    wandelen

    rekenen

    gisteren

     

    W2a    woorden met ij

    de partij

    rijden

    grijs

    ijzer

    gelijk

    ijverig

     

    R8   woorden met 2 klankgroepen

    praten

    weten

    trappen

    leggen

    de kelder

    de meester

     

     

  • Woorden blok 2

    K22 vaste stukjes ~ig(e) en ~lijk(e)

    rustig

    jarig

    gelukkige

    eerlijk

    gevaarlijke

    natuurlijk

     

    W3a    woorden met ou

    de kabouter

    de ouders

    verkouden

    trouw

    trouwens

    vouwen

     

    WW1 werkwoorden herkennen

    lopen

    voelen

    ik slaap

    ik beweeg

    hij gooit

    hij leest

     

    W4a    woorden met au

    de augurk

    het applaus

    rauwe groente

    nauwe schoenen

    benauwd

    snauwen

     

     

    WW2 werkwoorden hebben 3 persoonsvormen

    ik loop

    ik pak

    ik denk

    hij loopt

    hij pakt

    hij denkt

    wij lopen

    wij pakken

    wij denken

     

  • Woorden blok 3

    K23 vaste stukjes ~ing, ~sel en ~te

    de redding

    de beloning

    het raadsel

    het knipsel

    de stilte

    de ruimte

     

    W5a    woorden met f~

    het feit

    de folder

    de fazant

    de fantasie

    Frankrijk

    fraai

     

     

    R11 woorden met meer klankgroepen overzicht

    betalen

    vergeten

    vertellen

    gelukkig

    bezorgen

    begrijpen

     

    W6a    woorden met s~

    het sein

    de sinaasappel

    de sirene

    de seconde

    de sigaar

    september

     

    R17 bijvoeglijke naamwoorden

    een dik boek

    dikke boeken

    een groot huis

    grote huizen

    een fijne school

    fijne scholen

  • Woorden blok 4

    R2 samenstellingen

    de hoofdpijn

    de hoofddoek

    doorgaan

    doorrijden

    vuurrood

    lichtgroen

     

    W10a  woorden met /ie/ = i

    de olifant

    de giraf

    de taxi

    de piramide

    de visite

    de kiwi

     

    WW3 werkwoorden met v en z

    ik blijf

    ik lees

    ik durf

    hij blijft

    hij leest

    hij durft

     

    W10b  woorden met /ie/ = i

    de televisie

    het diploma

    het artikel

    de limonade

    het uniform

    het virus

     

    WW4 werkwoorden met d

    ik vind

    ik word

    ik raad

    hij vindt

    hij wordt

    hij raadt

  • Woorden blok 5

    K14 woorden op ~cht en ~gt

    de nacht

    recht

    hij zegt

    hij vraagt

    hij lacht

    hij wacht

     

    W11a  woorden met /s/ = c

    de cel

    het cement

    de centimeter

    het concert

    december

    precies

     

     

    R18 meervoud van woorden op ~a, ~i, ~o en ~u

    de zebra’s

    de kassa’s

    de taxi’s

    de foto’s

    de auto’s

    de paraplu’s

     

    W12a  woorden met /k/ = c

    de camping

    de caravan

    de clown

    de acrobaat

    de reclame

    controleren

     

    R19 lange woorden: overzicht

    de kastdeuren

    de boekwinkel

    de nachttrein

    opbellen

    geheimzinnig

    de vergadering

  • Woorden blok 6

    K24 vaste stukjes ~heid, ~baar en ~zaam

    de veiligheid

    de waarheid

    vloeibaar

    breekbaar

    leerzaam

    gehoorzaam

     

     

    W9a    woorden met ch

    het lichaam

    juichen

    de echo

    goochelen

    het jochie

    kuchen

     

     

    WW5 persoonsvormen invullen

    de man geeft

    Marco reist

    jij loopt

    jij wordt

    loop jij?

    word jij?

     

     

    W13a  woorden met th

    thuis

    de thee

    het thema

    het theater

    de thermometer

    de bibliotheek

     

     

    WW6 werkwoorden met een ik-vorm op ~a, ~ij, ~ou

    ik sta

    ik hou

    ik rij

    hij staat

    hij houdt

    hij rijdt

  • Alle spellingscategorie√ęn
  • Woorden blok 7

    K25 woorden op ~atie, ~itie en ~tie

    de prestatie

    de operatie

    de reparatie

    de informatie

    de politie

    de vakantie

     

     

    W14a  woorden op ~b

    de club

    het web

    eb en vloed

    de rib

    de krab/ik krab

    ik heb

     

     

    K26 woorden met ea, ia, io en ioe

    het theater

    de piano

    de radio

    de studio

    het stadion

    de kampioen

     

     

    W15a  woorden op ~y

    de baby

    de pony

    de hobby

    de jury

    de lolly

    sorry

     

     

    R19 lange woorden: overzicht

    de kastdeuren

    de boekwinkel

    de nachttrein

    opbellen

    geheimzinnig

    de vergadering

  • Woorden blok 8

    WW7 werkwoorden: overzicht

    jij loopt/loop jij?

    jij duwt/duw jij?

    jij vindt/vind jij?

    jij wordt/word jij?

    jij durft/durf jij?

    jij leest/lees jij?

     

    W16a  woorden met x

    de taxi

    expres

    extra

    de box

    het examen

    de saxofoon

     

    WW8 werkwoorden: hebben, kunnen, willen, mogen en zijn

    ik ben

    jij bent/ben jij?

    hij is

    ik heb

    jij hebt/heb jij?

    hij heeft

     

    W17a  woorden die hetzelfde klinken

    lijden (van pijn)

    leiden (van de leiding)

    hard (van harder)

    hart (van harten)

    moed (van moedig)

    hij moet (van moeten)

     

    R20 woorden met 's ~

    's morgens

    's middags

    's avonds

    's nachts

    's maandags

    's woensdags

  • BLOON is een methode-onafhankelijke manier om te oefenen met spelling.

     

    B= bekijken van het woord, welke 

         spellingmoeilijkheid komt er in voor?
    L= lezen van het woord, wat betekent het woord?
    O= omdraaien van het blad (in dit geval wegkijken van je computerscherm)
    O= opschrijven van het woord vanuit het 

         geheugen
    N= nakijken van het woord

     

    B Het oefenen van spelling wint aan kracht als je eerst het woord bekijkt en de spellingregel verwoordt. Eventueel kan deze regel in de denkwolk worden geschreven.


    L Hierna wordt het woord gelezen en laat je  de betekenis op je inwerken. Wanneer woorden worden voorzien van betekenis of emotie, wordt je betrokkenheid bij het woord vergroot. Dit heeft een positief effect op het juist spellen ervan.


    O Het blad wordt omgedraaid(wegkijken van de computer). Hierdoor kan het woord niet worden overgeschreven en wordt de verbinding gemaakt van het woord op je computer naar je geheugen.

     

    O Het woord wordt vanuit je geheugen opgeschreven in een schrift of op een ander schrijfblad. De hersenen moeten gaan werken, waardoor het woord en de spellingregel daadwerkelijk ingeoefend wordt. Overschrijven is geen zinvolle spellingoefening.


    N Door na te kijken leer je kritisch te zijn op je gemaakte werk. Op deze manier leer je ook van gemaakte fouten.

     

    Is het woord fout geschreven, dan wordt er een droevige smiley getekend naast het woord. Als het woord goed geschreven is, dan een blije smiley. Er kan ook gekozen worden voor kleuren (rood, groen). Ieder moeilijk woord oefen je minstens 5 dagen achter elkaar.
    Fouten maken mag, daar leer je van! Op de vijfde dag moeten alle woorden wel goed geschreven worden.

¬© Copyright 2015 Yurls.net Adverteren Contact Disclaimer Naar top RSS RSS
 
Add to Yurls